Historisch kader

Nadat België Duitsland de vrije doortocht naar Frankrijk heeft ontzegd, valt het Duitse leger ons land op 4 augustus 1914 binnen. Luik, de eerste stad die onder vuur wordt genomen, valt een dag later al in Duitse handen. Het Belgische leger, niet in staat om de oppermachtige vijand het hoofd te bieden, trekt zich in wanorde terug. Hoewel de stad zelf vrij snel is gevallen, zullen de forten rond Luik nog bijna twee volle weken weerstand bieden, alvorens te bezwijken onder de superieure Duitse artillerie. Hoewel dit alles de Duitse opmars niet weet te stuiten, is nu wel bewezen dat de Belgen zich niet louter symbolisch verzetten.

Die onverwachte weerstand brengt echter een ware paranoia teweeg bij de Duitse soldaten die overal vrijschutters – burgers die illegaal de wapens opnemen – zien. De Duitsers slaan daarop prompt aan het plunderen en beginnen steden en dorpen zoals Leuven, Visé en Tamines in brand te steken, waarbij er meer dan 5.000 burgerslachtoffers vallen. Honderden mannen worden bovendien naar Duitsland gedeporteerd.

Vanaf 20 augustus 1914 plooien de Belgische troepen terug op de forten rond Antwerpen, waardoor ze een bedreiging vormen voor de rechterflank van het naar Frankrijk oprukkende Duitse leger. Na hun nederlaag bij de Marne besluiten de Duitsers eerst de weerstand in België te breken en de versterkte plaats Antwerpen aan te vallen.

terugtrekking BE leger

Op 28 september 1914 komt de stad onder vuur te liggen. De burgerbevolking slaat massaal op de vlucht, voor het overgrote deel naar Nederland.

Advertenties