Het Belgische leger

De terugtrekking van het Belgische leger naar de IJzer

Als op 28 september 1914 de Duitsers het beleg van de Antwerpen aanvatten, is meteen duidelijk dat de vesting niet lang weerstand zal bieden tegen het zware Duitse geschut, zodat de terugtrekking van het leger in westelijke richting moet voorbereid worden. Hiervoor moeten de aftochtlijnen beschermd worden, maar tegelijk moet de positie te Antwerpen zo lang mogelijk behouden worden, om daar de Duitse invasie op te houden en een verbinding met Franse en Engelse strijdkrachten tot stand te brengen.

Vijf Belgische divisies worden vóór de Nete en de Rupel op de buitenste fortengordel in verdediging opgesteld. De 4e Divisie bezet de Schelde te Baasrode, Dendermonde en Schoonaarde om de aftochtlijnen te beschermen en een cavaleriedivisie bewaakt de volledige linkeroever van de Dender. Terwijl de buitenste fortengordel hardnekkig wordt verdedigd, rijden van 29 september tot 7 oktober militaire treinen ’s nachts met gedoofde lichten onder rechtstreekse dreiging van de vijandelijke kanonnen aan en af via Willebroek en de brug te Temse en zo verder naar Sint-Niklaas en Gent, om de steunbasis van het leger naar Oostende te transporteren.

beleg A'pen

De Duitse artillerie neemt ondertussen fort na fort onder vuur. Op 5 oktober is vrijwel de gehele eerste linie van de vesting buiten gebruik en staan de Duitsers op het punt door te breken aan de Nete nabij Lier. Te Dendermonde pogen ze de Schelde over te steken, om zo de aftocht vanuit Antwerpen naar Gent te beletten en het Belgisch leger af te snijden  van de geallieerden nabij Rijsel. Ondertussen ontwikkelt het geallieerde front in Frankrijk zich verder naar de Noordzee, zodat de Belgische terugtrekking ook bedreigd wordt door de Duitse legers in Frankrijk. De bescherming van de aftocht naar het westen moet bijgevolg uitgebreid worden en op 4 oktober vraagt België bijstand aan Engeland, daar het onvoldoende middelen heeft om ook Gent te bezetten. Engeland is bereid met de Britse 7th Division, die op de Belgische kust ontscheept, bijstand te verlenen om de verdediging van Antwerpen voort te zetten. Ook Franse troepen zullen deelnemen aan deze inspanning.

De avond van 6 oktober is de verdedigingslijn aan de Nete doorbroken, wordt de Dender overschreden en staat de lijn aan de Schelde onder zware Duitse druk, zodat insluiting te Antwerpen dreigt. De koning geeft diezelfde nacht bevel het veldleger naar de linker Scheldeoever over te brengen via de bruggen van Temse, Hoboken en Burcht, om vervolgens de terugtrekking naar het westen door het Waasland aan te vatten. De vesting Antwerpen wordt verder verdedigd door de garnizoenen van de forten, enkele regimenten vestinginfanterie, de Belgische 2e Divisie en de Britse Naval Division.

Op 7 oktober overschrijden de Duitsers de Schelde te Schoonaarde en wordt nabij Gent een Duitse eenheid gemeld te Kruishouten en Nazareth. Omdat de Frans-Engelse troepen nog niet zijn aangekomen te Gent, wordt de 4e Gemengde Brigade op 8 oktober ten oosten van Gent opgesteld om een Duitse doorbraak te voorkomen. De bescherming van Gent is dan nog in handen van de Burgerwacht, een eskadron Rijkswacht en vier bataljons vrijwilligers.

transport de l'armée sur l'Yser

Op 8 oktober trekken de Duitsers op naar Lokeren, waar zij op de 3e Divisie stoten. Dezelfde nacht wordt de 1e Divisie per spoor overgebracht van Sint-Niklaas naar Oostende, terwijl de andere divisies te Zelzate, Terdonk en Langerbrugge over het Kanaal Gent-Terneuzen trekken. Tijdens de nacht installeert de Brigade Franse Fusiliers Marins zich te Gent en komen belangrijke delen van de British 7th Division aan. Gent en omgeving worden nu bezet door 25 à 30.000 man, zodat de Duitse troepen ten noorden van de Schelde op hun linkerflank bedreigd worden en niet verder kunnen optrekken naar de Nederlandse grens, waardoor ze lijdzaam moeten toezien hoe het Belgisch leger zich vanuit Antwerpen kan terugtrekken. Op 9 oktober trekken de Duitsers naar Gent over Kwatrecht, Gontrode en Lemberge en stoten ze te Melle op de Franse marinefuseliers, die A'penondersteund worden door twee groepen Belgische artillerie. De volgende morgen wordt het front Melle-Merelbeke heftig aangevallen, maar de marinefuseliers slaan de aanval af.

Op 8 oktober breken de Duitsers door aan de Nete en verlaten de 2e Divisie en de Naval Division Antwerpen. In de avond trekken ze over de Schelde via bruggen te Burcht en aan het Steen, waarna alle forten ontruimd worden, het garnizoen van fort 4 zijn stellingen verlaat, over de Schelde trekt en vervolgens de bruggen vernietigt. De bombardementen houden op midden in de dag, Duitse patrouilles dringen de stad binnen en de Gouverneur capituleert op 10 oktober. Het gros van het leger bevindt zich op 9 oktober ’s morgens achter het kanaal Gent-Terneuzen, met achterhoedes nabij Lochristi, Lokeren, Wachtebeke en Moerbeke om de terugtrekking te dekken van de 2e Divisie en de Naval Division, die Antwerpen in de avond van 8 oktober hebben verlaten.

Door de ontwikkelingen te Arras en Saint-Omer wordt het terugtrekkende leger op zijn rechterflank bedreigd, zodat het niet meer mogelijk is weerstand te bieden aan het kanaal Gent-Terneuzen of aan het kanaal van Schipdonk en er de verbinding met de Frans-Engelse strijdkrachten tot stand te brengen. Er wordt beslist terug te trekken tot op de IJzer, die naast een sterke verdedigingspositie en een verbinding met de Frans-Engelse strijdkrachten, ook een laatste toevlucht op het nationaal grondgebied biedt. De steunbasis van het leger zal vanuit Oostende overgebracht worden naar Frankrijk.

Vanaf 10 oktober vatten de bereden troepen en transporteenheden de verplaatsing naar de IJzervlakte via de gewone wegen aan en wordt de infanterie per trein vervoerd. Voor elke divisie zijn acht treinen nodig. De 5e Divisie vertrekt uit Zelzate en Assenede naar Torhout. De 3e Divisie vanuit Drongen naar Nieuwpoort, de 6e Divisie vanuit Hansbeke naar Diksmuide en de 4e Divisie vanuit Aalter naar Snaaskerke en Gistel. De 2e Divisie dekt in Assenede het instijgen van de 5e Divisie en trekt zich dan terug naar Eeklo om vanaf daar per trein naar Adinkerke en De Panne te trekken. De transporten van de troepen en hun konvooien naar de IJzervlakte worden, niettegenstaande de gevaarlijke situatie en de technische moeilijkheden, verzekerd via de enkelsporige spoorlijnen Zelzate-Eeklo-Brugge en Brugge-Torhout.

Het is duidelijk dat de geallieerde strijdkrachten te Gent de pogingen om het Belgisch leger te Antwerpen te omsingelen hebben verijdeld. Op 11 oktober heeft dit laatste zijn terugtrekkingsbeweging beëindigd en onmiddellijk wordt de aftocht van alle troepen uit Gent bevolen. Eerst worden de Belgische eenheden teruggetrokken. De 4e Brigade trekt vanuit Lembeke per buurtspoorweg naar Gent en daarna per trein naar Brugge, om daar deel te nemen aan de beveiliging van de stad. De marinefuseliers worden te Gontrode-Kwatrecht om 21 uur afgelost door de 7th Division, zodat ze zich in een nachtelijke mars naar Aalter van de vijand los kunnen maken. De 7th Division moet ondertussen een nieuwe Duitse aanval afslaan en plooit zich daarna onder het vuur van vijandelijke artillerie en infanterie terug. De Belgische cavalerie beschermt de terugtrekking en behoudt contact met de vijandelijke troepen. Ze leveren slag aan het kanaal Gent-Terneuzen en aan de Schelde, alsook aan het kanaal van Schipdonk en de Leie. De 1e Cavaleriedivisie trekt zich daarna al vechtend terug over Lotenhulle, rechts van het leger, terwijl de 2e Cavaleriedivisie zich terugplooit via Ursel, Brugge en het front van het leger.

De marinefuseliers trekken via Tielt verder naar Torhout en komen daar aan op 13 oktober, waar ze onder bevel van Koning Albert komen. Ze worden versterkt met een bataljon van het 2de Jagers te Voet en van het 11de Linieregiment en de artilleriegroep Pontus, bestaande uit de 31e, 32e en 33e batterij van het 2de regiment Artillerie en moeten de strook van Wijnendale tot aan station Kortemark bezetten. Op 14 oktober begeeft de brigade zich naar zijn stellingen, maar de Duitsers, in grote aantallen aangemeld te Kortemark, vormen een overmacht voor de marinefuseliers, die om middernacht op 14-15 oktober bevel krijgen om terug te trekken naar de IJzer.

Het Belgisch Leger, waaraan de Brigade Franse marinefuseliers wordt toegevoegd, dient de IJzer te bezetten vanaf de zee tot Zuidschote, terwijl de Britse 7th en de 3rd Division post vatten voor Ieper, waarna met steun van Franse en Britse troepen één gesloten frontlijn kan gevormd worden van Rijsel tot aan de Noordzee. De marinefuseliers krijgen daarbij opdracht samen met het 1e, het 11e het 12e Linieregiment, het 3de Jagers te Voet  en twee artilleriegroepen van het 3de Regiment Artillerie vóór Diksmuide een bruggenhoofd te onderwaterzettingbezetten, dat de spoorverbindingen met Nieuwpoort en Veurne dekt, langs waar de laatste transporten van de steunbasis vanuit Oostende naar Frankrijk worden uitgevoerd.

De opdracht luidt Diksmuide 4 dagen te houden, in afwachting dat Franse versterkingen aankomen. De Brigade Marinefuseliers en de Belgische eenheden zullen evenwel stand houden tot 10 november, waarna ze Diksmuide moeten opgeven en zich ingraven aan de westelijke oever van de IJzer, waar het front zich mede door de onderwaterzettingen gedurende vier jaar zal stabiliseren.

Advertenties